Hoge Raad: 8% belastingrente voor de vennootschapsbelasting is onverbindend

De Hoge Raad heeft in een arrest geoordeeld dat de belastingrente die per 1 januari 2022 naar 8% is verhoogd, onverbindend is omdat de desbetreffende bepaling van het Besluit belasting- en invorderingsrente in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. 

De zaak
Deze zaak gaat over een besloten vennootschap die een aanslag vennootschapsbelasting heeft ontvangen voor het jaar 2021 waarbij de inspecteur 8% belastingrente in rekening heeft gebracht. De belanghebbende is hiertegen in bezwaar gegaan, waarop de inspecteur het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Vervolgens is belanghebbende in beroep gegaan.


Rechtbank
De Rechtbank heeft op 7 november 2024 geoordeeld dat de 8% rente in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat deze verlaagd moet worden naar 4%. De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen deze uitspraak sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad. In deze procedure is de conclusie van de A-G Koopman ontvangen. De A-G concludeerde in het kort dat het percentage van 8% geen stand kan houden en dus verlaagd moest worden.


Hoge Raad
De Hoge Raad heeft de Rechtbank en de A-G gevolgd en geoordeeld dat de 8% belastingrente onverbindend is en verlaagd dient te worden. Volgens de Hoge Raad zijn er geen rechtvaardigingsgronden om het hoge percentage van 8% te hanteren voor de vennootschapsbelasting. Volgens de Hoge Raad moet worden aangesloten bij het lagere percentage dat geldt voor de overige belastingen.


Heb je vragen naar aanleiding van deze uitspraak of wil je meer weten? Stuur gerust een bericht.

Publicatie uitspraak: ECLI:NL:HR:2026:59, Hoge Raad, 24/04619

Scroll naar boven